Daslook, ook wel Allium ursinum of wilde knoflook genoemd, is een heerlijke voorjaarsplant die al lange tijd wordt gebruikt in de keuken en kruidengeneeskunde.
De frisse, knoflokachtige smaak maakt daslook voor mij heel geliefd in allerlei gerechten. Tegelijk is het ook een plant met interessante inhoudsstoffen.
De bladeren bevatten onder andere flavonoïden, fenolzuren en zwavelverbindingen zoals thiopolysulfiden.
Uit onderzoek blijkt dat daslook antioxiderende, ontstekingsremmende en antimicrobiële eigenschappen heeft.
Vooral de fenolische stoffen dragen bij aan het neutraliseren van vrije radicalen, terwijl de zwavelverbindingen een rol lijken te spelen bij het remmen van ontstekingsprocessen en bepaalde bacteriën.
In de volgende drie gerechten laat ik zien hoe veelzijdig en toegankelijk de daslook is.
Zo krijgt daslook niet alleen een plek als bijzonder seizoenskruid, maar ook als waardevolle aanvulling in simpele gerechten.
Wat ik zelf ook leuk vond, is dat de gerechten in elkaar overlopen.
Met restjes van de risotto, daslookpesto en citroensaus kun je namelijk weer nieuwe gerechtjes maken.
Daslook sushi
Voor dit gerechtje heb ik daslook op een leuke manier gebruikt.
Niet alleen als smaakmaker, maar ook als omhulsel van de sushi.
De zachte daslookbladeren geven een frisse en licht knoflookachtige smaak, die mooi samengaat met de risottovulling en de frisse citroensaus. De vulling heb ik verrijkt met verschillende tuinkruiden, waardoor het een echt voorjaarsgerecht is geworden.
Bereidingstijd: ongeveer 45 minuten
Wachttijd: ongeveer 15 minuten afkoelen van de risotto
Totale tijd ongeveer 60 minuten
Ingrediënten voor ongeveer 15 stuks
+/- 45 daslookbladeren, uitgaande van 3 bladeren per rolletje
- 100 gram risottorijst
- 1 eetlepel olijfolie
- ongeveer 10 daslook stengels
- 100 ml witte wijn
- 300 ml kippenbouillon ( of kruidenzout)
- 2 eetlepels geraspte pecorino
- zout en peper naar smaak
- sap van 1 citroen, verdeeld over vulling en saus
- rasp van 1 citroen, verdeeld over vulling en saus
- Kruiden naar smaak, bijvoorbeeld: paarse dovenetel, duizendblad, munt, peterselie, dille, veldkers, rozemarijnbloemetjes, citroenmelisse en oregano
Voor de saus
- 150 ml bouillon ( of kruidenzout)
- 2 losgeklopte eieren
- 1 eetlepel aardappelzetmeel
- zout en peper naar smaak
- wat fijngehakte munt
- een scheutje olijfolie
- 1/3 citroen rasp
- 1/2 van citroensap
Bereiding
Hak de daslookstengels fijn en houd de bladeren apart. Verwarm de olijfolie in een pan op middelhoog vuur en fruit de stengels kort aan. Voeg daarna de risottorijst toe en bak deze even mee. Schenk de witte wijn erbij en blijf roeren tot het vocht grotendeels is opgenomen.
Voeg vervolgens de kippenbouillon toe en laat de rijst rustig 20-25minuten garen. Blijf regelmatig roeren, zodat een smeuïge en wat plakkerige massa ontstaat.
Citroensaus
Maak ondertussen de saus. Verwarm hiervoor 150 ml bouillon in een steelpannetje. Klop de eieren los met een beetje zout. Voeg dit langzaam toe aan de warme bouillon en blijf op laag vuur goed kloppen. De saus mag niet koken. Voeg daarna peper, de rest van de citroenrasp en het overgebleven citroensap toe.
Meng het aardappelzetmeel met een scheutje water en voeg dit beetje bij beetje toe aan de saus, terwijl je blijft kloppen tot deze mooi bindt. Let op dat het niet te dik wordt. Maak af met wat munt en een scheutje olijfolie.
Als de risotto klaar is voeg dan de kruiden naar smaak toe. Ik koos voor paarse dovenetel, duizendblad, munt, peterselie, dille, veldkers, rozemarijnbloemetjes, citroenmelisse en oregano, maar hierin kun je ook goed variëren met wat er op dat moment in de tuin of omgeving groeit.
Roer de pecorino door het rijstmengsel en breng op smaak met zout, peper, een deel van het citroensap en ongeveer twee derde van de citroenrasp. Laat de vulling iets afkoelen, zodat deze steviger wordt.
Blancheer de daslookbladeren heel kort in heet water. Haal ze er direct uit en laat ze afkoelen of even kort onder koud water. Leg steeds drie bladeren iets overlappend neer en schep daarop een kleine hoeveelheid van de risottovulling. Vorm hier een rolletje van en vouw de bladeren eromheen, zodat een soort sushi ontstaat.
Serveer de daslook sushi met de citroensaus erbij of lepel een beetje saus over de rolletjes heen. Garneer met wat vrolijke bloemetjes.
Daslook linguine met gepocheerde ei
Met dit gerecht wil ik laten zien dat koken met daslook niet zo ingewikkeld hoeft te zijn. Door een eenvoudige linguine te combineren met zelfgemaakte daslookpesto en een gepocheerd ei ontstaat er een gerecht waarin de smaak van daslook duidelijk herkenbaar blijft.
Ingrediënten
Ongeveer 80-100 gram linguine per persoon
- Eieren, uitgaande van 1 per persoon
- zout
Voor een pot daslookpesto van +/- 250 ml:
- 100 gram daslookbladeren of 2 volle handjes
- 100 tot 120 ml ongefilterde olijfolie
- 40 gram Parmezaan
- 40 gram Pecorino
- 50-70 gram cashewnoten
- snuf zout en peper naar smaak
- Optioneel 1 tot 2 theelepels citroensap
Bereiding van de pesto
Bak de cashewnoten kort in een droge koekenpan tot ze licht beginnen te kleuren en een nootachtige geur afgeven.
Laat ze daarna even afkoelen.
Voeg de daslookbladeren, cashewnoten, Parmezaan, Pecorino en olijfolie samen in een keukenmachine. Maal het geheel kort tot een smeuïge pesto. Breng op smaak met zout, peper en eventueel een beetje citroensap. Schep de pesto in een pot en zet deze even in de koelkast zodat de smaken goed kunnen mengen.
Bereiding van de linguine
Vul een kookpan met ruim water en voeg een flinke snuf zout toe. Breng het water aan de kook en kook de linguine volgens de aanwijzingen op de verpakking tot deze beetgaar is. Giet de pasta af, maar bewaar eventueel een klein kopje kookwater om de pesto later iets te verdunnen als dat nodig is.
Bereiding van het gepocheerde ei
Breng een pan met water tegen de kook aan. Het water mag niet hard koken, maar moet rustig bewegen. Voeg eventueel een klein scheutje azijn toe, dit helpt het eiwit sneller stollen. Breek een ei in een klein schaaltje. Maak met een lepel een draaibeweging in het water zodat een lichte draaikolk ontstaat. Laat het ei voorzichtig in het midden van het water glijden. Het eiwit zal zich om de dooier vormen.
Laat het ei ongeveer 3 minuten garen voor een zachte dooier. Haal het ei voorzichtig uit het water met een schuimspaan en laat het kort uitlekken op een stukje keukenpapier. Herhaal dit met het tweede ei.
Voeg de daslookpesto toe aan de warme linguine en meng goed door elkaar. Voeg eventueel een klein beetje kookwater toe als de saus te dik is. Breng eventueel verder op smaak met zout en peper.
Verdeel de linguine over de borden en leg op elk bord een gepocheerd ei. Rasp nog wat extra Parmezaan of Pecorino over het gerecht. Serveer eventueel met stukjes stokbrood.
Voor dit gerecht heb ik de restjes van de kruidenrisotto gebruikt om een nieuw hapje te creëren. Zo laat dit recept mooi zien dat je met overgebleven risotto, daslookpesto en citroensaus nog een heel ander gerecht kunt maken. De smaak van de polderbal is fris, romig en heerlijk krokant.
Bereidingstijd: +/- 30 minuten
Wachttijd: minimaal 2-3 uur in de vriezer
Totale tijd: +/- 2,5 uur
Ingrediënten voor ongeveer 6 polderballen
- 6 eetlepels afgekoelde risotto, uitgaande van 1 eetlepel per bal
- 1 tot 2 eetlepels daslookpesto
- restje citroensaus
- 1 ei
- 2 tot 3 eetlepels amandelmeel
panko, of restjes croutons of oud brood fijn gemalen in de keukenmachine - 3 tot 4 eetlepels kokosolie
- eventueel 1 tot 2 eetlepels olijfolie
- Optioneel: Een klein beetje fijngehakte mierikswortel voor extra pit.
Bereiding
Haal de afgekoelde risotto uit de koelkast en vorm er gelijke balletjes van. Ik gebruikte hiervoor een eetlepel, zodat alle ballen ongeveer even groot werden.
Klop het ei los in een diep bord of kommetje. Meng in een ander bord het amandelmeel met de panko of het fijngemalen brood.
Haal de risottoballetjes eerst door het ei en rol ze daarna door het droge mengsel. Leg de balletjes ongeveer 10 minuten in de vriezer zodat ze iets opstijven. Herhaal daarna het paneren nog een keer.
Zo krijgen ze een steviger en krokanter korstje. Zet de balletjes daarna minimaal 2 uur in de vriezer zodat ze goed hard worden en tijdens het bakken mooi hun vorm behouden.
Maak ondertussen de saus. Neem de restjes citroensaus en daslookpesto en blend deze kort met een staafmixer tot een glad geheel. Voeg eventueel een klein beetje fijngehakte mierikswortel toe voor wat extra pit.
Verwarm een hittebestendige pan en voeg ongeveer 3 tot 4 eetlepels kokosolie toe. Je kunt eventueel ook 1 tot 2 eetlepels olijfolie toevoegen. Zorg dat de bodem van de pan goed bedekt is.
Bak de balletjes op middelhoog vuur rondom goudbruin en krokant. Draai ze voorzichtig regelmatig om zodat ze gelijkmatig kleuren.
Laat de polderballen kort uitlekken en serveer ze warm met de saus erbij.