De kroedwusj

Elk jaar op 15 augustus wordt in de Katholieke kerk het hoogfeest van Maria ten hemelopneming gevierd, het belangrijkste Mariafeest. Aan dit feest zit, zeker in Limburg, het gebruik gekoppeld van de zegening van de zogeheten kroedwusj.
Een kroedwusj (ook wel geschreven als kroetwusj, kruudwis, kruitwis of kroedwösj), is een boeket van 7 (voorgeschreven) kruiden die volgens de overlevering in het graf van Maria gevonden werden. Daarom wordt de kroedwusj op 15 augustus gezegend. Het gebruik stamt uit de 17de eeuw.

De kroedwusj wordt samengesteld uit 7 planten: (7=heilig getal, het getal van de volledigheid). Er bestaan vrij vaste regels voor:

  • 2 onheil afwerende planten zoals koninginnenkruid (ook wel leverkruid of donderkruid genoemd), wilde marjolein, huislook, koningskaars of toorts, Sint-Janskruid, wilgenroosje, klaproos,
  • 2 helende planten zoals valeriaan, duizendblad, boerenwormkruid, echte kamille, tormentil, bijvoet, absintalsem, alsem, duizendblad, helmkruid, hertshooi, salie, smeerwortel of engelwortel,
  • 2 broodgranen: de korenaren van rogge en tarwe,
  • 1 boomvrucht: het groene blad van de walnoot. Dat blad dat bestaat uit 7 blaadjes. Er wordt beweerd dat de bliksem nooit in een notenboom inslaat.
  • Het boeket wordt bijeengebonden met liefst een blauw lint van zeven el lang.

Het boeket moet voor zonsopgang met de hand geplukt zijn. IJzer is ten strengste verboden bij mystieke handelingen. Een mes verbreekt de magische kracht van de kruiden.

Per plaats of regio varieert de samenstelling van het boeket enigszins. Het zijn in ieder geval 7 kruiden, maar het kunnen er ook meer zijn. Er wordt ook wel beweerd dat de kruiden of planten gebruikt moeten worden, waarvan de beginletters JOHANNES vormen.

De kern van de kroedwusj bestaat uit boerenwormkruid samen met bijvoet en alsem.
In bepaalde streken hoorde er kamille in. Andere streken gebruikten duizendblad, soms nog huislook, wilgeroosjes, de op Palmzondag gezegende Palmtakjes en oogstvruchten zoals appels, peren, graansoorten en notenbladeren. Kruiden die verder vaak gebruikt werden zijn Sint-Janskruid, lavendel, duizendguldenkruid, klaver en valeriaan.

Het boeket werd gebruikt om onheil af te wenden. De kruiden werden verzameld en opgehangen in huis op zolder of in de schuur of boven de voordeur. De oude ingedroogde kroedwusj werd dan symbolisch verbrand in het vuur. Volgens de overlevering beschermt het kruidenboeket tegen allerlei soorten onheil zoals brand en blikseminslag en tegen ziekten bij mensen en dieren. In Limburg, maar ook in andere delen van Nederland, wordt dit gebruik nog steeds in ere gehouden. Op of net voor 15 augustus worden de kruiden geplukt en de zondag voor de 15de of op de 15de worden de boeketten gezegend.

Op zolder of in de stal kreeg de kruidwis een plaatsje tot het moment dat er een onweer losbarstte. Met de gedachte ‘als het dondert en regent, dan is het noodweer gezegend’, gooide men enkele takjes van het kruid op het vuur van de kachel om een dreigend onheil af te weren. Ondertussen bad men tot Sint Donatus, patroonheilige van het onweer, en/of werd het Sint Jans Evangelie gebeden. Wat niet vreemd is omdat het Sint Janskruid deel uit maakt van de groep afweerkruiden.

De zegening van kruidenbossen is een voorbeeld van een voorchristelijk gebruik dat door de kerk is overgenomen en gekerstend. Het ceremonieel herinnert aan het brandoffer voor de dondergod Thor of Donar. Door de magische ritus van de heidenen te vervangen door een christelijke zegening van een kruidenbos richt met zich tot God, de schepper van het zaadvormend gewas.

De gezegende bos werd ook wel voor andere doeleinden gebruikt: Een boer haalde er wat zaad af en strooide dit over het land voor hij ging zaaien. Het werd ook gebruikt om een kinderwens in vervulling te laten gaan. Vandaar het Maastrichts gezegde: Zij heeft haar kruidwis gekregen.



Plaats een reactie