Een bestanddeel uit de plant Aloë vera (Aloe barbadendis) zou in de toekomst een rol kunnen spelen bij de behandeling van de ziekte van Alzheimer. Dat blijkt uit een nieuwe studie waarin onderzoekers met behulp van geavanceerde computersimulaties onderzochten hoe bepaalde plantmoleculen zich gedragen in het menselijk brein.
De resultaten wijzen erop dat één specifieke stof – beta-sitosterol – mogelijk processen kan beïnvloeden die betrokken zijn bij geheugenverlies.
Hoewel de bevindingen nog in een zeer vroeg stadium zijn, geven ze wetenschappers een nieuw aanknopingspunt in de zoektocht naar betere behandelingen voor Alzheimer, de meest voorkomende vorm van dementie.
Alzheimer en de rol van acetylcholine
Alzheimer is een progressieve hersenziekte waarbij zenuwcellen geleidelijk afsterven. Dit leidt tot symptomen zoals geheugenverlies, problemen met denken en veranderingen in gedrag.
Een belangrijk biologisch kenmerk van de ziekte is een daling van acetylcholine, een chemische boodschapper die essentieel is voor leren en geheugen.
In gezonde hersenen wordt acetylcholine voortdurend aangemaakt en weer afgebroken. Twee enzymen spelen hierbij een belangrijke rol:
- acetylcholinesterase (AChE)
- butyrylcholinesterase (BChE)
Bij Alzheimer wordt acetylcholine al in verminderde mate geproduceerd. Als deze enzymen het resterende acetylcholine ook nog snel afbreken, kunnen zenuwcellen minder goed met elkaar communiceren. Veel bestaande medicijnen tegen Alzheimer proberen daarom deze enzymen te remmen, zodat acetylcholine langer actief blijft.
Aloë Vera onder de loep
Aloë Vera staat vooral bekend als een plant die wordt gebruikt in huidverzorging en traditionele geneeskunde. De bladeren bevatten echter een groot aantal bioactieve stoffen die mogelijk ook andere medische toepassingen hebben.
Onderzoekers van de Hassan II University of Casablanca onderzochten elf verschillende stoffen uit Aloë Vera om te zien of ze invloed kunnen hebben op de twee enzymen die acetylcholine afbreken.
De studie werd gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Current Pharmaceutical Analysis.
In plaats van laboratoriumexperimenten gebruikten de wetenschappers een zogeheten in silico-analyse: computersimulaties die voorspellen hoe moleculen zich gedragen wanneer ze in contact komen met specifieke eiwitten in het lichaam.
Beta-sitosterol springt eruit
Uit de simulaties bleek dat één stof duidelijk beter presteerde dan de andere onderzochte verbindingen: Bèta-sitosterol. Deze natuurlijke plantsterol bleek zich sterk te binden aan zowel AChE als BChE.
Die sterke binding suggereert dat de stof de enzymen mogelijk kan blokkeren of vertragen. Daardoor zou acetylcholine minder snel worden afgebroken, waardoor hersencellen langer met elkaar kunnen communiceren – iets wat geheugen en cognitieve functies kan ondersteunen.
Naast bèta-sitosterol kwam ook barnsteenzuur naar voren als een mogelijke kandidaat, al scoorde deze verbinding iets minder goed.
Eerste aanwijzingen voor veiligheid
De onderzoekers voerden daarnaast een zogenoemde ADMET-analyse uit. Daarbij wordt via computers voorspeld hoe een stof zich in het lichaam gedraagt: hoe goed deze wordt opgenomen, hoe het zich verspreidt, hoe het wordt afgebroken en of het mogelijk giftig is.
Volgens deze analyses hebben bèta-sitosterol en barnsteenzuur een gunstig profiel. Ze zouden waarschijnlijk goed door het lichaam worden opgenomen en weinig toxische eigenschappen hebben. Toch betekent dit nog niet dat ze automatisch veilig of effectief zijn als medicijn.
Belangrijke kanttekening
Wetenschappers benadrukken dat het onderzoek zich nog in een zeer vroeg stadium bevindt. De resultaten zijn uitsluitend gebaseerd op computersimulaties en niet op experimenten met cellen, dieren of mensen.
Dat betekent dat er nog veel stappen nodig zijn voordat de stof daadwerkelijk als geneesmiddel kan worden gebruikt, zoals:
- laboratoriumtests: in-vitro en in-vivo testen
- klinische studies bij mensen
Daarnaast wijzen experts erop dat zelfs als een stof de enzymen succesvol remt, dit niet automatisch betekent dat de ziekte zelf wordt gestopt. Veel huidige behandelingen verminderen alleen tijdelijk de symptomen zonder het onderliggende ziekteproces te stoppen.
Nieuwe richting voor medicijnonderzoek
Ondanks deze beperkingen zien onderzoekers het werk als een waardevolle eerste stap. Planten bevatten duizenden natuurlijke stoffen, waarvan veel nog nauwelijks zijn onderzocht. Door moderne computermodellen te gebruiken kunnen wetenschappers snel bepalen welke daarvan mogelijk interessant zijn voor verdere studie.
De ontdekking dat een bekende plant als Aloë Vera stoffen bevat die mogelijk invloed hebben op Alzheimer-gerelateerde enzymen, opent daarom nieuwe mogelijkheden voor toekomstig medicijnonderzoek.