Sering

Sering: van Constantinopel naar de Nederlandse hoven

Sering brengt in mei een rijke geschiedenis tot bloei — vier eeuwen geleden uit Ottomaanse hoftuinen meegebracht, vandaag een vanzelfsprekend onderdeel van het Nederlandse voorjaar.

Er is iets aan Sering (Syringa vulgaris) dat zelfs de meest haastige voorbijganger doet stilstaan. De geur, vooral. Die zware, zoete, bijna te volle lentegeur die zich vanaf eind april aankondigt en in mei zo dicht in de lucht hangt dat hele tuinen erin lijken te baden. Het is geen toeval dat Sering al eeuwenlang in de buurt van huizen wordt geplant — wie de plant kent, weet dat hij in mei elk dorp parfumeert.

Een plant met een reis

Sering is hier niet inheems. De plant komt oorspronkelijk uit het Balkangebergte, en pas in 1562 belandde de eerste Sering in West-Europa. We hebben dat te danken aan Ogier Ghiselin van Busbecq, een Vlaamse diplomaat in Ottomaanse dienst, die vanuit Constantinopel niet alleen vroege tulpenbollen meebracht maar ook stekken van Sering. De Weense keizerlijke hof was de eerste bestemming, daarna verspreidde de plant zich over de Europese tuinen, en in de zeventiende eeuw stond hij al stevig in de Nederlandse hoven.

Vandaag de dag is Sering zo verweven met onze meiweken dat veel mensen verbaasd zijn te horen dat hij nog niet zo heel lang bij ons hoort. Vergeleken met inheemse soorten als Vlier of Meidoorn is hij een nieuwkomer — maar wel een die zich met opvallend gemak heeft genesteld in onze cultuur, onze taal en onze tuinen.

Verrassende familie

Botanisch hoort Sering — anders dan veel mensen vermoeden — niet bij de familie van Vlieren of de Rozen, maar bij de olijfachtigen (Oleaceae). Hij is dus een verwant van Olijf (Olea europaea), Es (Fraxinus excelsior) en Liguster (Ligustrum vulgare). Die familie laat zich ook chemisch zien: in Seringbloesem komen secoiridoïden voor — dezelfde stoffengroepwaaraan Olijfblad zijn reputatie ontleent.

Voor wie wel eens een Olijfboom heeft gezien valt de familieovereenkomst opeens op: dezelfde tegenoverstaande, gladde bladeren, dezelfde klein-gebloemde trosjes, dezelfde manier waarop de stam met de jaren ruw en knoestig wordt. Een verwant uit warmere streken, in onze koudere tuinen.

De wetenschappelijke naam Syringa komt overigens uit het Grieks: syrinx betekent fluit of pijp. De holle stengels van Sering werden vroeger gebruikt om eenvoudige fluitjes en pijpjes van te snijden. Een naam die direct iets vertelt over hoe nauw plant en mens met elkaar verbonden waren.

 De geur — en wat ervan te vinden

Seringgeur is een merkwaardig fenomeen. Voor sommigen is hij het summum van lente; voor anderen onverdraaglijk zwaar. Die zware, soms bijna verstikkende kant komt mede door indool — een organische verbinding die ook in jasmijn, oranjebloesem en gardenia voorkomt, en in lage concentraties als bloemig en zwoel wordt ervaren maar in hoge concentraties iets heel anders kan oproepen. Indool zit in trace-hoeveelheden óók in dierlijke geuren, en juist daar ligt zijn fascinatie voor parfumeurs: het geeft floristische composities een natuurlijke, levende ondertoon. Daarnaast bevat Seringbloesem onder meer linalool en benzylalcohol, samen verantwoordelijk voor het frissere, lichter-bloemige karakter. Het complete Sering-akkoord overtuigend synthetisch namaken bleek lange tijd lastig — pas met moderne synthesetechnieken lukt dat enigszins.

Een kruid met bescheiden geneeskracht

Anders dan Meidoorn of Vlier heeft Sering geen prominente plek in de Europese fytotherapie verworven. In de volksgeneeskunde duikt de plant hier en daar op — als koortsverlagend middel, bij hoesten, bij keelpijn — maar de wetenschappelijke onderbouwing is beperkt en de plant is nooit doorgebroken als ‘kruid voor de huisapotheek’. Recent onderzoek wijst wel op interessante antioxidatieve en ontstekingsremmende eigenschappen van bloesem-extracten, gedragen door diezelfde secoiridoïden en flavonoïden die ook in Olijf voorkomen — een nuance die misschien nog tot nieuwe inzichten zal leiden.

Maar Sering’s grootste cadeau aan ons is misschien iets anders: de plant nodigt uit tot aandacht. Hij vraagt geen behandeling, hij vraagt om gezien te worden. Om geroken te worden. Om in een vaas op tafel te staan, in een fles te bubbelen, op een taart te liggen. Dat is een soort kruidenkennis die we in onze tijd ook serieus mogen nemen — niet alle planten hoeven te genezen om waardevol te zijn.

Oogsten in mei

Voor wie zelf wil oogsten: pluk Sering alleen uit tuinen of plekken waar geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Pluk vroeg in de ochtend, als de bloesem net droog is van de dauw — dan is de geur het sterkst en de kwaliteit het hoogst. Pluk hele trosjes en strip de kroonblaadjes pas thuis af, met je vingers, zonder de groene steeltjes (die smaken bitter).

Verwerk dezelfde dag, want Sering verliest zijn aroma en kleur opvallend snel. Drogen kan, maar de geur gaat grotendeels verloren — Sering is bij uitstek een verse-verwerkings-plant.

Sering bloesem is bij matig culinair gebruik veilig en wordt al eeuwenlang verwerkt in siropen, gelei, fritters en gefermenteerde dranken. Eet de bloesem niet in grote hoeveelheden achter elkaar (boven enkele handenvol per dag), en gebruik niet de bessen die zich na de bloei vormen — deze worden in volksbronnen als licht giftig genoemd.

Sering staat in mei zo overweldigend in bloei dat we makkelijk vergeten wat een bijzonder reisverhaal er achter de plant schuilgaat. Vier eeuwen geleden kwam hij uit Constantinopel; vandaag is hij een vanzelfsprekend onderdeel van elke Nederlandse meimaand. Misschien is dat het mooie van werken met kruiden: oude verhalen blijven meedragen, ook als we ze niet meer dagelijks vertellen.

Volgende keer: hoe je van Seringbloesem een gefermenteerde lentedrank maakt — met een wilde fermentatiestarter en de spectaculaire kleur van Kaasjeskruidbloem.

Bronnen

  • Carey, F. (2024). Foraging guide: Lilac (Syringa vulgaris). Foraging Course Company. https://www.foragingcoursecompany.co.uk/post/foraging-guide-lilac
  • Egebjerg, M. M., et al. (2018). Are edible flowers safe to eat? European Food Research and Technology, 244(11), 1909–1923.
  • Gaweł-Bęben, K., et al. (2025). Extract from Syringa vulgaris L. flowers — Evaluation of antioxidant properties and modulation of coagulation process. Pharmaceuticals, 18(3).
  • Plants For A Future. (n.d.). Syringa vulgaris — Lilac, Common lilac. https://pfaf.org/user/Plant.aspx?LatinName=Syringa+vulgaris
  • Quattrocchi, U. (2012). CRC World Dictionary of Medicinal and Poisonous Plants. CRC Press.
Scroll naar boven